S J P I T A A L
opnames
Het is nu de derde keer, dat ik in het z’huis belandt voor langer onderzoek en behandeling. De eerste keer te Roermond in december 2019 toen ik de korte mededeling kreeg: “Wij gaan u hier houden.” Roermond verwees me uiteindelijk door naar Maastricht. Na een periode van polyklinische begeleiding, klonk in februari 2022 de mededeling: “Het is nu beter, dat wij u opnemen.” Afgelopen dinsdag was de conclusie van de interniste: “Alles overziende is het beter, dat wij u nu hier blijft. Er is een bed gereed op afd D5 kmr 32.” Mijn zus Elly begeleidde me.
Ik mag overigens terugkijken op een goede gezondheidsperiode, waarin ik met grote vreugde mijn diensten in Vaals heb mogen aanbieden. Maar nu de nieuwe pastoor in zicht is, is blijkbaar ook aan mijn goede periode een einde gekomen. Nu wordt weer duidelijk, dat ik ook maar een mens ben die onderhevig is aan de menselijkheid met zijn levenswijsheden, opgedaan met vallen en opstaan, maar ook onderhevig is aan de menselijke eindigheid. Ik heb intussen mijn beide ouders overleefd. Ik besef, dat ik me in de extra speeltijd van het leven bevindt. Wie echter de sport een beetje bijhoudt, weet intussen dat heel wat wedstrijden juist in die extra speeltijd worden beslist.
intake
Zo werd ik dan dinsdag doorverwezen naar afd D 5, 32. Vriendelijke opname en even later stond de zaalarts al aan mijn bed voor het intakegesprek. Ze is een kleine tengere vrouw, maar met de uitstraling van een persoonlijkheid. Ze nam me mee naar haar spreekkamer. Het gesprek verliep heel persoonlijk, zonder afvinklijst en intikken van antwoorden, maar ze verdiepte zich in mijn levensloop en was heel geïnteresseerd in mijn priesterschap en woonsituatie. Zij vroeg ook naar het wooncomfort en of ik voldoende beweging had. Ik vertelde haar, dat ik moeilijk loop en het wandelen niet meer mogelijk is. “Gelukkig gaat fietsen nog goed.” Na de vraag, of ik mezelf nog goed kan verzorgen, en andere soortgelijke vragen”, stelde zij de vaste vraag, of ook ik nog vragen had. Toen zei ze zonder verdere opmerkingen: “Ik zal u naar uw kamer begeleiden. Daar is de rollator.” “Maar daar ben ik nog niet aan toe, dokter.” “Waarom zou u die niet nemen?” “De kamer is maar 10 meter, dokter.” “Goed, dan nu niet.” Zo begeleidde ze me naar de kamer en nam afscheid.
regie
Voor wie in een z’huis terecht komt, wordt onmiddellijk de regie over de dag overgenomen. Ook komt de nieuwe patiënt onmiddellijk in de zoekmachine terecht: woensdagmorgen longonderzoek in de scan: twee keer naar binnen en naar buiten schuiven. Terug op de kamer staat plotseling een jonge mevrouw voor me: “Ik ben de fysiotherapeute.” Ze zag mijn verbaasde blik. “Jaaa, de fysio hoort ook bij de behandeling.” We hadden direct een klik. Ze kalde plat en was goedlachs. Ze had gehoord dat ik priester was en wat ik nu nog deed of dat ik nu helemaal niets meer deed? Ze ging ook na hoe ik me in huis kon bewegen of hoe ik de trap nam, bv met een wasmand. “Op terug.” “Goed, maar let vooral op de laatste trede en leg geen boeken of andere voorwerpen op de treden, waarover u naar beneden kunt uitglijden.” Heel voor de hand liggend en belangrijke aanwijzingen.
Daarop volgde: “Dan zijn we nu aan de oefeningen toe.” “Welke?” “De rollator. Kom we gaan de gang op. Gaat u maar eens achter de rollator staan. Hoe voelt dat, een rollator?” “Vreemd, maar ik hoef nu geen rollator-les.” “Toch gaan we eens proberen. Loopt u maar eens tien meter.” Mij stond niets anders te doen. “Goed zo en nu voeren we de snelheid eens wat op. En nu gaan we samen een rondje lopen. En nog een rondje. Ook thuis moet u voldoende bewegen.
Intussen loop ik drie keer per dag achter de rollator rondjes door het z’huis. ‘Morgens loop ik achter de rollator naar de douche. Op het zitje van de rollator liggen de handdoeken en de schone pyjama en de badspullen. Bij het afdrogen van mijn voeten kan ik op de rollator gaan zitten. Handig. En tevreden loop ik achter mijn rollator naar mijn kamer weer terug.
oefening
Maar de visite met de fysiotherapeute is nog niet ten einde. “Er is nog de oefening met de stoel: “Gaat u eens zitten en nu vijf keer rechtop staan zonder de leuningen te gebruiken.” Het was de laatste dagen al een hele toer geweest om met behulp van de armleuningen me overeind te helpen. Ik drukte me dus op op mijn knieën.” Fout!, dat is foetelen!!!” Zonder afdrukken, ineens rechtop!” Het lukte, maar ik was wel doodop. “Dat was het voor vandaag en morgen gaan we verder,” klonk het verlossende antwoord. Ik vermoed intussen, hoe dit gaat aflopen. De laatste keer zal de opdracht luiden: “En nu moet u plat op de buik gaan liggen. En nu moet u tien keer opdrukken. Ik tel: 1.2.3…..“
Geen probleem, want als een jongeling wandel ik straks het z’huis weer uit..
Er gebeurt dus wat met je in het z’huis. De kleine zaalarts weet wat ze wil, ook al zeg je: Aan en rollator ben ik nog niet toe.”
Dr. Hub Schnackers, em.