S J P I T A A L (Z W E I)
geheugen
Opnames in het ziekenhuis duren helaas steeds langer dan verwacht. Ik had op een weekje gerekend, maar nu is de tweede week al ver gevorderd en de artsen gaan het antwoord op deze vraag naar het ontslag uit de weg: “U hebt een ziekte terug gekregen. Die ziekte zit in uw geheugen. We stellen nu vast, dat deze ziekte, nadat ze drie jaar onderhuids was gegaan en u zich goed voelde, nu weer bovenhuids is teruggekomen en dat de ziekte wil weten, hoe het met uw afweer gesteld is. Ze heeft weer de overhand genomen. Maar we brengen u er weer bovenop. Tot de volgende keer, als de ziekte zich weer aandient. Willen we, dat de ziekte niet te snel terugkeert, dan mogen wij u niet te vroeg naar huis laten gaan. ”
Ik heb intussen mijn beide lieve ouders overleefd en het leven is zijn open eind kwijt. Maar ik weet, dat ik uit de liefde van mijn ouders ben geboren en dat ik naar de liefde van God toega, waar ik ook mijn ouders en andere geliefden zal ontmoeten. Ik laat me verrassen. Het komt altijd goed. Dat is mijn geruststelling.
uitkijk
Ik heb het voorrecht dat mijn bed bij het raam staat. Ik kijk uit over de Maastrichtse elitewijk St. Pieter Boven. Verscholen achter een flatgebouw zie ik de spits van de kerktoren. Naast de kerktoren kan ik het kasteeltje van André Rieu bewonderen, liggende in het groen van onder meer een wijngaard. Een ander oriëntatiepunt is de toren van de Theresiakerk. Dat is binnenstad. Beneden is er een fiets- en wandelpad. Er zijn altijd fietsers onderweg, sommigen zwoegend tegen de wind in, terwijl anderen met hun e-bike op de hoogste stand genieten van het fietscomfort. Vanachter mijn raam kan ik ze gadeslaan. Mensen onderweg. Mensen met een eigen geschiedenis. Altijd op zoek naar geluk. Zo is het leven
verpleging
Mijn ziekenhuiservaring is gelukkig maar beperkt. In het verleden heb ik twee keer een dagopname gehad vanwege een schouderoperatie. Toen was het contact met de verpleging maar kort. Nu heb ik intussen wel een twintigtal verschillende gezichten gezien. Hier is het contact erg informeel. Zuster Innocentia en broeder Wiro zijn er niet meer. Nu stellen de verpleegkundigen zich voor als Door en Floor. Hun mannelijke collega’s heten gewoon Tim en Tom. Bij Tim en Tom zijn de armen meestal zwaar getatoeëerd en doen ze niet onder voor de armen van de duurbetaalde voetballers. Hun vrouwelijke collega’s beperken zich tot hier en daar een bloemetje, wetende dat ze nog een leven voor zich hebben om hun armen in te vullen. Allereerst gun ik ieder zijn smaak, maar vooral leer ik zien dat deze Tim en Tom, en Door en Floor met hun versierde armen niet protserig als de voetballers hun miljoenen bijeengaren, maar liefdevol hun werk verrichten voor een redelijk salaris en dat niet geld voor hen voorop staat maar de zieke mens, onder wie ik. Ze hebben hun hart op de juiste plaats. Hoe ze denken, hoef ik niet te beoordelen, maar wel weet ik, dat Jezus heeft gezegd: “Ik was ziek en je hebt me verzorgd. Ik had honger en je hebt me te eten gegeven; eenzaam en je hebt me bezocht…. Kom binnen in mijn Hemelrijk.”
Ze vinden mij als priester ‘interessant’, komende uit een voor hen andere wereld, waarmee ze niet meer vertrouwd zijn. Maar tegelijkertijd voelen ze een hunkering naar deze wereld, want ze zijn dagelijks bezig met de geheimen van leven en dood. Ze voelen behoefte aan een fundament, van waaruit ze inspiratie opdoen om hun werk met liefde en overtuiging te verrichten. Ik ben er zeker van, dat een nieuwe generatie weer op zoek gaat naar de christelijke waarden en normen die aan de basis liggen van de gezondheidszorg in het algemeen en in Maastricht in het bijzonder, ook al heeft een voorafgaande generatie zich ertegen afgezet.
bedrust
Afgelopen woensdag had ik een nieronderzoek. Daarna was er 24 uur bedrust voorgeschreven, waarvan de eerste drie uur volledig plat gelegen moest worden. Daarna mocht voorzichtig de hoofdkussenstand op 30* gesteld worden. Drie jaar geleden mocht ik bij een soortgelijk onderzoek na 12 uur weer uit bed. Ik dacht: “De wijsheid ligt in het midden.” In bed blijven tot de volgende morgen. Dan rustig douchen en weer rechtop de dag beginnen. Maaaar: komende uit de douche om 8 uur klonk de stem van de verpleegkundige overduidelijk over de gang: “U hebt nog tot 11 uur bedrust.” Mijn antwoord was: “Nu ga ik onmiddellijk tot 11 uur weer bedrust houden.” De catering liet ik daarom mijn boterham smeren en in blokjes snijden. Ik liet me nog net niet voeren. De verpleegkundige was tevreden. Ik begrijp dat, want zo staat het in het protocol en daarop wordt zij beoordeeld. Vervolgens heb ik het voorval bij de zaalarts opgebiecht. Ze glimlachte.
Dr. Hub Schnackers, em.