Terug naar hoofdinhoud

S J P I T A A L (DREEJ)

geduld

Het is zaterdagmiddag 2 augustus, de 11e dag na mijn opname, als ik deze nieuwe column begin. Ik merk, dat de moeilijkste periode van een ziekenhuisopname zich aandient, als het herstel merkbaar is, maar je nog niet naar huis mag. Men wil mij alleen nog onder controle houden en me goed laten herstellen, opdat mijn ziekte niet te snel weer de kop opsteekt. Het helpt om dan de tijd te vullen met wat lezen en het schrijven van columns, waarin ik tracht mijn gedachten en belevenissen te ordenen. 

polsbandje

Het eerste wat gebeurt bij een z’huisopname is het aanbrengen van een polsbandje met de streepjescode van je persoonsgegevens en een QR-code voor de medicatie. Je zou dan kunnen denken, dat je eigen persoonlijkheid tot een code is gereduceerd. Ze vragen immers niet meer naar je naam en geboortedatum. Een scan met bijbehorende piep is voldoende om te weten dat de patiënt in dit geval de heer HS uit Bocholtz is. Het hoort enerzijds bij de automatisering maar vooral bij de zorgvuldigheid. Een fout is zo snel gemaakt en kan vervelende gevolgen hebben. Dus controle na controle. Piep na piep. Maar goed dat zo fouten worden voorkomen.

Het gevolg is, dat alles in de computer moet kunnen worden gestopt. Zo hoorde ik mijn buurman zeggen: “Ik heb pijn.” Reactie verpleegkundige: “Waar op de schaal van 1-10?” In gezamenlijk overleg werd een 4 opgeslagen.  

Maar ik heb toch de ervaring, dat de artsen zich bewust zijn van het gevaar van de verzakelijking van die automatisering en controle en daarom het liefst een open gesprek aangaan en niet wegduiken achter een beeldscherm.  Het zal bewust bedoeld zijn, dat mijn zaalarts bij het intakegesprek gewoon aan de andere kant van de tafel had plaats genomen zonder afvinklijst en zonder toetsenbord. Na afloop heeft ze zeker aantekeningen gemaakt, maar zij gaf me het gevoel persoonlijk in mij geïnteresseerd te zijn en niet alleen in mijn ziekte. De artsen zijn dus waakzaam, dat de automatisering niet doorslaat. Ze hebben immers met levende mensen te maken en niet alleen met ziektegevallen, voorzien van een streepjescode met daarbij behorende QR-code. Zo waardeer ik in het bijzonder de benaderbaarheid van mijn immunologe. Gewoon een e-mail aan haar en de reactie laat niet op zich wachten. 

regie

In een ziekenhuis geef je de regie over het leven deels uit handen. Eigenlijk zou ik daar als priester niet zo’n moeite mee mogen hebben, want bij mijn wijding heb ik aan de bisschop van Roermond  mijn beschikbaarheid aangeboden. Dus had ik geen eigen carrièreplan voor ogen of was ik bezig een eigen koers uit te stippelen. De bisschop mocht op me rekenen en dat is een leidend principe geweest tijdens mijn actieve priesterleven. Daardoor kwamen vele en vele verschillende functies op me af. Ook ik heb terugtrekkende bewegingen willen maken maar nooit doorgezet. “Als het de wil van God is, dan zal Hij me ook helpen,” bleef mijn overtuiging. En daarin ben ik niet teleurgesteld. Geruststellend was, dat ik niet mezelf in zucht naar carrière op diverse hoge stoelen had geplaatst. De diverse bisschoppen van Roermond hadden dus blijkbaar vertrouwen in mij en dat wilde ik waar maken.  Hier en nu mijn leven overziende, heb ik reden tot grote dankbaarheid. 

kamergenoot

Wat voor mij nieuw is in het ziekenhuis, is de kamergenoot met zijn/haar geluiden. Ik ben gewend, dat het stil is in mijn slaapkamer en enkel wat geluiden van buiten naar binnen doordringen. Nu hoor ik zuchten, kreunen, en soms een snurkje. Ik ben aan de vierde kamergenoot toe. Nu deel ik de kamer met een man uit Bosnië. Al sinds 1993 in Nederland. Hij spreekt perfect Nederlands. Hij is stil en rustig en voelt zich echt ziek. Bij mijn opname had de eerste kamergenoot de ontslagbrief al ontvangen maar wachtte nog op medicatie en vertrok daarna. De tweede kwam de volgende dag al vroeg in de morgen om daarna een nieronderzoek te ondergaan met de verplichte 24 uur bedrust. Na het verstrijken van deze voorgeschreven rust vertrok hij weer. Hij werd opgevolgd door “Dien uit Brabant” (gefingeerde naam). Tegenwoordig ligt men in het ziekhuis gewoon gemengd (M/V). Toevallig waren wij beiden gezegend met dezelfde kwaal en doorliepen dezelfde onderzoeken. Ook zij was vanwege de deskundigheid vanuit Brabant in Maastricht terecht gekomen en zat in dezelfde medische molen als ik. We hadden dus wat te delen. Ze woonde in de plaats van de Bavariabrouwerij. Dien bracht dan ook hier leven in de brouwerij. Ze had de gewoonte om te praten, als ze nadacht. Het was dus nooit stil. Bovendien hield ze van beeldbellen en via haar telefoon werd haar kennissenkring van haar vorderingen en teleurstellingen op de hoogte gebracht. Ze had een oer-Brabantse tongval. Ik verstond haar meestal niet. Af en toe kwam er een vloekje over de lippen, maar dat heb ik haar natuurlijk afgeleerd. Het was even wennen toen Dien naar huis mocht. 

imageslot

Mijn zaalarts gaat heel zorgvuldig te werk. Dat betekent, dat ze me nog wat langer hier houdt. Ik ben dus in goede handen. Tegelijkertijd kon ik bij het bericht van verlengd z’huisverblijf een zucht niet onderdrukken..

Dr. Hub Schnackers, em.